Politiek & Samenleving

Discussie platform voor een vrije samenleving

Nicknames (gebruikersnamen) worden niet prijs gesteld op dit forum. Van ieder lid wordt in principe verwacht de eigen werkelijke naam te gebruiken. Liefst voorzien van een heldere 'pasfoto' als avater. (300 x 400)

Bende van de Delftselaan

Deel
avatar
Beheerder
Admin

Aantal berichten : 413
Registratiedatum : 08-01-09
Leeftijd : 58
Woonplaats : Coyhaique, Chile

Bende van de Delftselaan

Bericht van Beheerder op vr nov 30 2012, 14:45

Bende van de Delftselaan

Bron: reclassering.nl  -  door: Perdiep Ramesar - 5 november 2011



De Bende van de Delftselaan: wat doen we, wat kunnen we en wat willen we? In de slotaflevering van de serie over deze Haagse criminele jeugdgroep worden die vragen beantwoord door het Openbaar Ministerie, politie Haaglanden en Reclassering Nederland.

1.Openbaar Ministerie, Haaglanden/Hollands Midden

Anne-Katrien Banning, officier van justitie

Als er geen grip meer is op een buurt, dan moeten we er alles aan doen om die weer terug te krijgen, zegt openbaar aanklager Anne-Katrien Banning van het Openbaar Ministerie(OM) in Den Haag. “Daarom moeten we zoeken naar nieuwe werkwijzen om die buurt niet nog verder te laten afglijden. Project ‘Mammoet’ is zo’n werkwijze. Niet meer alleen via het strafrecht. Ook reclassering, jeugdzorg, gemeente en jongeren- en buurtwerk moeten aan de slag. We worden niet voor niets ketenpartners genoemd. Als de keten overal even sterk is, komt de buurt weer duurzaam onder controle. Dat is nodig in de buurt rondom de Delftselaan.” Banning is als vaste officier van justitie verbonden aan Mammoet, het project in de Schilderswijk in Den Haag dat zich richt op een overlastgevende en een criminele jeugdgroep, de Bende van de Delftselaan. Deze Marokkaanse bende wordt gezien als één van de crimineelste in Den Haag. Banning is de ‘zaaksofficier’, wat betetent dat zij de aanklachten en opsporingsonderzoeken inhoudelijk behandelt en leidt. “Het uiteindelijke doel van het project ‘Mammoet’ is de structurele verbetering van de situatie in de wijk. Als eerste moesten we een deel van de jongeren daar weghalen. Ongeveer tien pleegden structureel strafbare feiten, ook buiten Den Haag. Zo’n twintig tot dertig veroorzaakten overlast en waren crimineel actief in de wijk zelf. Deze cijfers zijn niet absoluut, want we merkten dat sommige jongens ‘groeiden’, van overlastgevend naar crimineel.” “De verantwoordelijkheid van Justitie eindigt niet na de berechting. De politie spoort op en arresteert, wij maken er een goede zaak van en proberen ze te laten berechten. Daarna werken we bij de uitvoering van de straf nauw samen met de andere ketenpartners, zoals de reclassering, hulpverlening en de gemeente. Berechten is niet eenvoudig. Deze jongens zitten in het segment van de midden-criminaliteit, waaronder ramkraken en inbraken. De straffen daarop zijn doorgaans niet zo zwaar. Daardoor kan het zijn dat een rechtbank slechts enkele maanden celstraf oplegt.” “Lage straffen helpen in dit geval niet altijd mee aan ons uiteindelijke doel. Soms zouden we die jongens wat langer uit de buurt willen kunnen halen. Dan kunnen de ketenpartners hun taak beter oppakken.

‘Perspectief bieden is zó belangrijk, want dan weten ze pas wat ze te verliezen hebben’

Daarom werken we in dit project bij de overlastveroorzakers onder meer met ‘sfeer-pv’s’: processen-verbaal waarin de sfeer en de impact in de buurt worden beschreven. We hopen zo een rechter ervan te overtuigen hoe erg het is wat zo’n jongen heeft gedaan. Daarbij proberen we zaken te stapelen door die jongens bijna continu te monitoren. Alles wat ze doen, gebruiken we. Heeft een jongen ‘toevallig’ drie keer bij een controle een koevoet, een bivakmuts en handschoenen bij zich met als doel in te breken, dan noteren we dat als overtreding, waar hij hooguit een boete voor krijgt. Dat kan van belang zijn als hij straks wordt berecht voor verschillende inbraken.” Zo’n project ‘Mammoet’ moet wat de officier van justitie betreft ‘standaard’ in zo’n wijk lopen. “Zo laten we zien dat criminaliteit niet loont. Deze jongens worden dan voortdurend in de gaten gehouden. Zo krijgen we weer de controle, weer grip, op de buurt. Pas dan kunnen we iedereen helpen.”

2. Politie Haaglanden

Hanneke Ekelmans, commissaris en directeur opsporing en informatie

Nog voordat minister Ivo Opstelten (VVD, veiligheid en justitie) riep dat alle criminele jeugdgroepen moeten worden aangepakt, waren wij er al druk mee bezig, zegt commissaris Hanneke Ekelmans van de politie Haaglanden. “Het is natuurlijk niet zo dat er ineens zoveel criminele jeugdgroepen opkwamen. We kennen ze al jaren en pakten ze ook aan. Maar ‘Mammoet’ is wel een nieuwe werkwijze binnen de politie die nog beter werkt dan hoe we het voorheen deden. Iedere organisatie, ook de politie, werkte voor zich en op eigen tempo. Informeel was er overleg, maar zaken liepen niet altijd even gestructureerd. Terwijl dat juist bij deze groepen, waaronder de Bende van de Delftselaan, zo nodig is.” De kiem voor deze aanpak lag in
eerder onderzoek vanuit het wijkbureau De Hoefkade, ook in de Schilderswijk. “Daar werden alle expertise en invalshoeken bij elkaar gebracht, en dat werkte. Met weinig capaciteit behaalden we toch veel resultaat. Toen bleek dat het in het gebied van het wijkbureau De Heemstraat, waaronder de Delftselaan valt, de spuigaten uitliep, bedachten we in overleg met de verschillende samenwerkingspartners Mammoet. We konden rekenen op steun van burgemeester Van Aartsen die de aanpak ook hoog op zijn agenda had staan.” “Lastig is bij zo’n samenwerkingsverband dat bijvoorbeeld moet worden gekeken naar hoe de financiering loopt en naar de werkdruk bij de verschillende organisaties. Wij kunnen wel onze eigen mensen anders laten werken, en dat doen we dus ook aan De Heemstraat, maar niet de boel omgooien bij anderen.

Er waren praktische bezwaren. Bovendien moet je het probleem zien om het echt te snappen. Die ervaring ontbreekt bij een aantal partners. Daar valt dus nog veel te winnen. De politie ziet veel, omdat zij de enige is die echt 24 uur op straat is. Bovendien is ze er ook als anderen falen.” De politie werkt in dit project niet volgens de ‘bekende’ manier: actie ondernemen na een aangifte. “Nee, hier kijken we naar de buurt, het fenomeen jeugdgroepen, de leden daarvan, de criminelen, maar ook de potentiële criminelen. We verzamelen kennis en gebruiken die zodra we kunnen, bijvoorbeeld bij een aangifte. We staan dus paraat en doen aan continue opsporing en handhaving. We houden ze in de gaten. De buurt merkt dat, we houden de bewoners daarvan op de hoogte via bijvoorbeeld billboards en via sociale media als Twitter. Dat is belangrijk, want uiteindelijk gaat het natuurlijk om die bewoners in die buurt.” De verantwoordelijkheid van de politie is de wijk veilig te maken en te houden door opsporing en handhaving, zegt de commissaris. “Als de groep vastzit zoals nu, moeten de andere organisaties in de keten inspringen, maar dan moeten de sporen wel parallel lopen. Dat betekent dat zodra de groep is opgepakt, de andere partners –zoals hulpverlening – meteen aan de slag moeten. Als dat niet gebeurt en de jongens weer terugkomen in de buurt, is het te laat. Dan kunnen we weer opnieuw beginnen. Bij de Delftselaan ligt die grens zo rond de jaarwisseling. Daarna komen de eersten waarschijnlijk weer vrij.” “De werkwijze als bij Mammoet zetten we graag voort, want die heeft resultaat wat de politie betreft. Ook straks binnen de nationale politie. Maar we kunnen het niet alleen, hebben we geleerd uit onze jarenlange ervaring. Wij zetten onze mogelijkheden maximaal in om de veiligheid in een wijk te vergroten, maar om echt zichtbare resultaten te krijgen moeten we gelijk optrekken en afstemmen met de andere instanties die maximaal hun mogelijkheden inzetten. De politie kan die taak dus alleen vervullen als we het zien als een gezamenlijk doel.”

3. Reclassering

Sjef van Gennip, algemeen directeur Reclassering Nederland

Iedereen zit met de handen in het haar, als het gaat om jongeren zoals die van de Bende van de Delftselaan, zegt algemeen directeur Sjef van Gennip van Reclassering Nederland. “Het is al moeilijk genoeg om deze ‘nieuwe’ veelplegers goed in het vizier te krijgen, laat staan om ze in de klauwen te houden, wat de verschillende partijen in het project ‘Mammoet’ op een mooie manier doen. Opsluiten is een mogelijkheid, maar vroeg of laat komen ze toch weer vrij. Deze jongeren kun je niet levenslang vastzetten. Daarom moet er al tijdens de detentie fors worden geïnvesteerd – nog meer dan nu – in gedragstrainingen, door onder anderen psychologen en psychiaters. Nu staat dit op een zeer laag pitje.” Niet pas een traject na de eventuele celstraf bedenken, bepleit Van Gennip. “Deze jongens moeten met harde hand worden geresocialiseerd. Ze moeten continu in het vizier worden gehouden, ook na hun straf, mits hen reclasseringstoezicht is opgelegd. Daarmee bedoel ik niet alleen met repressie, maar ook met wat erna komt.” De verantwoordelijkheid van de reclassering is volgens de directeur resocialiseren, zorgen dat deze jongens weer zo goed mogelijk in de samenleving kunnen terugkeren en functioneren. Hij pleit voor deze moeilijke groep dan ook voor een ‘cocktail aan maatregelen’. “Naast de gedragstrainingen in de gevangenis, moeten ze onder toezicht van de reclassering staan. Dat kan door middel van een elektronische enkelband waarmee we kunnen controleren of ze ’s nachts in hun bed liggen. Ze moeten bijvoorbeeld worden getest op druggebruik. Ook na detentie, als het reclasseringstoezicht gestart is, zijn verplichte gedragsinterventies noodzakelijk, want die krijg je tijdens een relatief korte gevangenisstraf van enkele maanden niet voor elkaar. Daarbij moeten ze telkens als ze de fout in gaan worden gecorrigeerd. Zo weten ze dat er op hen wordt gelet. Ze moeten zichzelf de vraag stellen: waar ben ik toch mee bezig?” Maar volgens Van Gennip is het ook belangrijk dat die jongens perspectief wordt geboden. “Deze veelplegers hebben geen normen, waarden of structuur. Dat moet hen weer worden bijgebracht. Dan moeten we de werkstraffen ook niet uitvlakken, want daar leren ze weer werken volgens een dagritme en krijgen ze structuur. Ze komen erachter dat ze perspectief hebben, ze zien werk, en leren dat dit loont. Maar zodra ze weer over de schreef gaan, moet telkens weer worden ingegrepen, desnoods met detentie. Ondertussen moeten de wielen van gedragsverandering en controle blijven draaien. Net zo lang totdat ze zich gaan gedragen.” Langer vastzetten is volgens Van Gennip een mogelijkheid, maar daar gaat de rechter over. “Als er niet alleen kale detentie wordt opgelegd maar de rechter gebruik maakt van de mogelijkheid om een combinatiestraf op te leggen van detentie én een voorwaardelijke veroordeling met extra voorwaarden en een langere proeftijd, kan de reclassering haar taak oppakken. Door de langere proeftijd is er een stevige stok achter de deur voor de toezichthouder van de reclassering om in te grijpen als een jongere zich niet aan de voorwaarden houdt. Dan hangt er immers een lange gevangenisstraf boven zijn hoofd.” “Bij deze jongens moet de criminele spiraal worden doorbroken. Daarom zitten we om de tafel met scholen en bedrijven, zodat de jongens weer gaan leren, stage lopen en werken. Perspectief bieden is zó belangrijk, want dan weten ze pas wat ze te verliezen hebben. Nu hebben ze geen idee.”

Dit was het slot van de serie‘Bende van de Delftselaan’. Binnenkort publiceert Trouw officiële reacties hierop. Verder zal Trouw de ontwikkelingen in de Haagse Schilderswijk blijven volgen

.

    Het is nu za dec 16 2017, 13:37